Jonne is tien maanden. Tijd om te stoppen met de borstvoeding. Een aantal weken geleden ben ik begonnen met afbouwen; sindsdien kolf ik niet meer op mijn werk en voed ik Jonne alleen nog ’s avonds voor het slapen gaan en ’s ochtends voor het opstaan – voor de gezelligheid.
Voor Jonnes geboorte kon ik me niet voorstellen hoe het zou zijn, maar na veel inspanningen lukte het: na een dag of zes dronk Jonne een volledige voeding uit de borst. Dat hielden we negen maanden vol. Thuis, in het restaurant, bij vrienden, eigenlijk overal. Het is wonderlijk hoe makkelijk en met hoe weinig schroom ik in het openbaar heb gevoed. Ik vond het handig, gezellig en bovenal goed voor Jonne; het schijnt dat kindjes die groot worden op borstvoeding, het in allerlei opzichten beter doen. Geen haar op mijn hoofd die heeft overwogen om er vóór de zesde maand mee te stoppen. Dat het er tien zouden worden, had ik van tevoren niet verwacht.
Het was heus niet altijd makkelijk. Als ik niet oplette, kreeg ik op mijn werk te horen dat ik zo mager werd of bleek zag. Negen maanden lang heb ik gegeten als een slootgraver, en ik bleef maar afvallen. Bovendien kostte het kolven me veel tijd. Kolven is saai: op een lange werkdag zat ik twee tot drie keer een half uur in een kil hok. De tijd uit te zitten. Dat zal ik niet missen.
Wat ik wél zal missen: de kleine Jonne die zich tegen me aan nestelt en áltijd is getroost zodra ze bij me drinkt. De kleine vingers die zich verstrengelen met de mijne. Het lachen en knuffelen daarna. Maar Jonne is geen zuigeling meer. Ze eet, zelf. Ze heeft tanden en kan staan. Een dezer dagen wordt de laatste keer. Ik zal even huilen, misschien. Maar we zullen nieuwe manieren vinden om de intimiteit te delen – dat weet ik zeker.

