Ik was het afgelopen weekend in Gent. Het was een solotrip, een langgekoesterde droom. Eind oktober ben ik begonnen aan The Artist’s Way en sindsdien ga ik wekelijks in mijn eentje op pad om inspiratie op te doen voor het schrijven. Ik heb nu zo’n zeventien artist dates achter de rug. Het weekend Gent was de kers op de taart: twee hele dagen voor mezelf!
Op zondag had ik afgesproken met Boukje, mijn kunstenaarsvriendin uit Vlaanderen. Het was een druilerige dag en ik stond op het St-Baafsplein op haar te wachten. Ik was nog niet in de kathedraal geweest en de deuren stonden uitnodigend open. Ik reed over de plank naar binnen en kwam in een menselijke opstopping terecht. Pas toen ik langs de menigte naar voren was gereden, zag ik waarom: er was een mis bezig. De kerk was afgezet met een lint en daar stond ik, als een fan op de stoep voor een populair popconcert.
Naast me stond een vrouw. Ze was iets ouder dan ik. Ik herkende haar: toen ik iets eerder op de dag een koffie dronk in een cafeetje aan het plein, was ze binnen komen lopen. Ze had verward rondgekeken en toen besloten om weer naar buiten te gaan. Nu vroeg ze me of ik het goed kon zien. Ik keek op de rug van de priester, die hosties en wijn uitdeelde aan de kerkgangers, en knikte.
‘Kom je nog even het staartje van de mis meepikken?’ vroeg de vrouw me. Ik antwoordde naar waarheid: dat ik niet had geweten dat er een mis gaande was, dat ik gewoon de kerk van binnen wilde bekijken.
Ineens klonk er orgelmuziek en begon de priester te zingen. Naast mij hoorde ik de vrouw snikken. Grote tranen biggelden over haar wangen. Moest ik iets doen? Haar vragen hoe het ging, een hand op haar arm leggen? Voor ik ook maar iets kon doen, was ze weg.
Op de grond stond nog haar zwarte, dichtgeritste sporttas, die kennelijk al die tijd tussen haar voeten had gestaan. Die onbeheerde sporttas… Wat als dit een bomaanslag was? Wat als de vrouw had gehuild om wat haar hier te doen stond: de hele kathedraal opblazen tijdens de mis? Met een ruk keerde ik me om, weg van daar!
Vlakbij de uitgang zag ik haar staan, achterin de kerk. Er stroomden nog steeds onverminderd tranen over haar gezicht. Ik vermeed haar blik en werd overvallen door een gevoel van schaamte. Waarom was ik zo wantrouwend geweest? De vrouw wilde niet dat de kerkgangers haar geraaktheid zagen. Zelf had ik me niet laten raken, maar was ik mijn gevoel uit de weg gegaan toen ik de vrouw zag huilen en had ik in plaats daarvan een bomaanslag verzonnen.
Ik reed naar buiten, ademde diep in en voelde de motregen op mijn wangen. Later zou ik terugkomen, maar voor nu was dit genoeg.
