Mar Adentro

Het is oudejaarsavond, 2008 zit er bijna op. Het is een mooi jaar geweest, zo mooi dat we niet de behoefte hebben om uitgebreid ergens te dansen, vuurwerk af te steken of bij vrienden spelletjes te spelen. Lekker thuis, met mijn ouders over de vloer, besluiten we een film te kijken: Mar Adentro. Dat deze Spaanse euthanasiefilm een vrolijk einde zou maken aan het jaar 2008, had ik niet verwacht. Maar mooi was hij wel, deze film.

Heel in het kort: Ramón Sampedro is volledig verlamd en brengt zijn leven door in bed. Alleen zijn hoofd kan hij nog bewegen. Dit omdat hij 26 jaar geleden in ondiep water sprong, met zijn hoofd op de zeebodem terecht kwam en daardoor een dwarslaesie opliep. Een rolstoel hoeft hij niet – het enige wat hij nog wil, is sterven. Omdat hij dit leven, waarin hij volledig afhankelijk is van anderen, niet waardig vindt. Leven moet volgens hem een recht zijn en geen plicht. Helaas denken niet alleen de autoriteiten daar anders over, maar ook zijn (gelovige) broer en andere naasten vindt het onaanvaardbaar dat hij niet verder wil leven. Toch weet Ramón mensen voor zijn zaak in te zetten, waardoor uiteindelijk gebeurt waarnaar hij al die tijd al verlangt: hij sterft een onnatuurlijke, maar waardige dood.

De film roept dubbele gevoelens bij me op. De beelden en de muziek alleen al laten een diepe indruk op me achter omdat ze het beeld neerzetten van een krachtige man. Een man die ergens voor durft te kiezen en die laat zien dat sterven niet het weglopen voor je problemen is, maar het onder ogen zien van je problemen. Ik vind het enerzijds sterk dat Ramón kiest voor de dood, terwijl zijn omgeving het niet kan verdragen dat hij (dit) leven niet waardig vindt.

Aan de andere kant kan ik me niet in Ramón verplaatsen. Ik zie dat hij schrijft. Geniet. Liefheeft. Toch verkiest hij sterven boven leven. Waarom? Waarom wil hij dag in dag uit op dat bed blijven liggen, terwijl hij ook kan kiezen voor een mobiel leven (in een rolstoel)? Deze vraag kwam ook op bij andere personages uit de film. De jonge, onbesuisde Rosa bijvoorbeeld wil hem er bij hun eerste kennismaking van overtuigen dat het leven de moeite waard is. Ramón wijst haar onmiddellijk de deur. Ook de pastoor, die zelf volledig verlamd in een rolstoel door het leven gaat, vangt bot; Ramón vindt de plicht om te leven geen vrijheid, het recht om te sterven wel.

Dat Rosa en de pastoor bot vangen, is geen wonder; zij zijn in hun manieren van overtuigen dom respectievelijk egoïstisch. De pastoor zet het leven namelijk geheel in het teken van God, waarbij hij voorbij gaat aan zelfbeschikkingsrecht. Rosa wil Ramón niet kwijt omdat ze in hem haar ware liefde ziet. Met deze kortzichtigheid en dit eigenbelang van de andere personages geeft de filmmaker Ramón gelijk, zeker als Rosa er later (uit liefde) voor kiest om Ramón toch te helpen, door zijn dodelijke drankje voor hem klaar te maken.

Ik ben geen naaste van Ramón en bovendien ben ik niet dogmatisch; ik geloof in het recht om te sterven. Iedereen moet zelf kunnen beslissen of hij blijft leven of niet. Dat maar liefst twee dokters een handtekening moeten zetten om iemand waardig te kunnen laten sterven in echt heel schrijnende situaties, vind ik te gek voor woorden. Maar bij Ramón begrijp ik het niet. Hij geniet toch van dingen? Ik zie geen pijn, ik zie geen wanhoop; ik zie alleen een man die ondanks alles weigert het leven te omarmen.

Het jaar 2008 zit er bijna op. Het is klokslag twaalf uur als Ramón zijn drankje inneemt en eindelijk, na 28 jaar, sterft. Buiten wordt vuurwerk afgestoken; het groene en roze licht van de vuurpijlen verlicht de woonkamer waarin wij huilen om Ramón. De keukenmeiden gillen erover. Ondanks mijn dubbele gevoelens ben ik blij voor Ramón. Dit komt omdat hij zijn wens louter op zichzelf betrekt; hij zegt nooit dat een afhankelijk leven geen waardig leven is of dat mensen met een ernstige handicap de dood zouden moeten verkiezen. Hij vindt zijn leven onwaardig en verkiest de dood, maar mij laat hij vrij. Ik mag het leven omarmen – schrijven, genieten, liefhebben. We trekken de champagnefles uit de kast. Op een fantastisch nieuwjaar!

Fluoriserende oorbellen en een parelketting

‘Niets is zo veranderlijk als een Hann’, wordt mij regelmatig voorgehouden als ik een boterham met kaas wil, terwijl ik twee minuten geleden nog helemaal ging voor een boterham met pindakaas. Met kleding is dit niet anders.

“Wat ben je chique gekleed vandaag. Ik voel me bijna underdressed,” zegt Margreet op een doordeweekse avond in de bioscoop. En dat terwijl ik er soms ook alternatief bij loop, met roze haar of blauwe nagellak. In vergelijking met de alternatieve Hann is Margreet toch wel weer heel netjes.

Vroeger dacht ik dat ik gewoon mijn stijl nog niet had gevonden. Dat dat nog wel zou komen als ik eenmaal volwassen was. Ik droeg de ene dag een parelketting en de volgende dag een gebatikte legging. Een blouse met stropdas. Fluoriserende oorbellen met papercliphologrammen.

Toen ik eenmaal volwassen was, dacht ik dat ik mij gewoon graag aanpaste aan mijn omgeving. In mijn studententijd met Karin, een hippe chick met leren armbanden en wel veertien piercings, kocht ik jassen van velours en liet ik een neusbel zetten. Toen ik met Roald verkeerde, een hoogleraar met een dure smaak, werd het assortiment krijtstreepbroeken in mijn kledingkast ineens heel groot. Ook aan mijn werk heb ik mijn outfit regelmatig aangepast. Voor de klas stond ik in een streepjestrui of polo en bij de VSN droeg ik nog net geen Olily-sjaaltjes.

Per 1 februari 2009 heb ik een nieuwe baan, bij Achmea. Tijdens mijn sollicitatiegesprek heb ik even rondgekeken in mijn nieuwe werkomgeving, en wat bleek? Bij Achmea draagt men witte blouses/overhemden met een zwart mantelpak of driedelig pak. Geen krijtstreep, geen kleurtje – gewoon zwart/wit. Dat had ik nog niet in mijn kast hangen.

Er zat niets anders op; ondanks mijn nieuwe levenshouding – waarin consuminderen centraal staat – moest ik even ouderwets shoppen om aan mijn nieuwe werkkledingnorm te voldoen. Ik slaagde bij Sissi Boy; daar kocht ik een witte blouse met een tricot achterpand. Gewone blousjes passen niet om mijn (scheve) rug omdat ze niet genoeg meerekken, maar deze wel. Vandaag heb ik er de hele dag in rond gelopen en ik voelde me er eigenlijk heel erg mezelf in. Heel natuurlijk. Ik heb er dus gelijk een paar besteld.

Mijn stijl is dus niet constant geworden. Hoewel het tijdperk van de fluoriserende oorbellen nu echt wel achter de rug is, voel ik me nog steeds lekker in heel uiteenlopende, haast tegenstrijdige stijlen. Maar waar ik mijn smaak eerst koppelde aan personen of werkomstandigheden, ben ik erachter gekomen dat ik ondanks die verschillende outfits echt mezelf ben, of ik nu een leren broek, een paarse jas van zacht velours of een witte blouse draag.

Niets is zo veelzijdig als een Hann.

Gepussytrapt

"Hee Hann! Ik heb je toch laatst verteld over Edwin, die gozer waarmee ik laatst gezoend had terwijl het net weer aan was met zijn vriendin?"

"…?"

"Nou, je weet wel, Edwin, met wie ik het had uitgemaakt omdat ik hem niet kon lezen. Ik dacht dat ‘ie vreemdging omdat hij zo vaak uit ging. Maar als ik hem ernaar vroeg, zei hij keihard dat dat niet zo was. Ik wist niet meer of ik hem wel kon geloven, want aan z’n gezicht zag je nooit wat."

"Had die weer een vriendin?"

"Ja joh, best een mooi chicky. Goed gekleed, brilletje. Hoewel ze ook heel snollig op Hyves staat, helemaal met haar armen om Edwin heen, en dan in een tijgerprintje. Maar zij had het dus ook uitgemaakt. En weet je? Nu is ze zwanger!"

"Wat?!"

"Dat wist ik niet hoor, anders had ik nooit met hem gezoend. We hadden afgesproken en ik dacht: lekker snackje tussendoor. Hij was toch weer vrijgezel, boeiend. Maar toen zaten we in de kroeg en toen zei hij ineens dat ze weer samen waren. Jammer, dacht ik nog, geen snackje tussendoor. Maar hij bleef maar aandringen. En toen was ik kneiterlam en toen dacht ik: hoor eens, IK ben niet verantwoordelijk, HIJ heeft een vriendin. Ik stond ook al vijf maanden droog! En toen hebben we dus gezoend. Ik ben blij dat ik niet met ‘em heb geneukt joh. Had ik me helemaal kut gevoeld."

"Maar ze is dus zwanger?"

"Ja, en weet je? Ze heeft het hem pas verteld na drie maanden. Die lamlul is gewoon vet gepussytrapt, net goed! Gewoon erin geluist. Ze was vast al zwanger toen het uitging. Toen ze erachter kwam heeft ze het weer goed gemaakt."

"En ze heeft het niet verteld toen het weer aan ging?"

"Nee, dat heeft ze pas verteld twee dagen nadat hij met mij gezoend had, zegt ‘ie. Nu is ze drie maanden zwanger. Het zou me ook niks verbazen als het van een andere vent is."

"Is Edwin er blij mee?"

"Mixed feelings, zegt ‘ie. Maar dan roep ik gewoon dat ‘ie er tweehonderd procent voor moet gaan! Dat werd ook wel eens tijd, dat ‘ie ergens echt voor gaat. Het zal hem leren, de lul. […] Weet je, ik denk dat ik toch nog maar even een soa-testje ga doen."

Milieuvriendelijke inkt

Ecofont_4Deze blog is getypt in een lettertype dat ik normaal niet gebruik op mijn blog. Het gaat om het lettertype Spranq Eco Sans, een inktbesparend lettertype. Het is opgebouwd uit ‘normale’ letters met heel veel gaatjes erin. Een uitgebalanceerd lettertype, want als je het print, is het nog zonder problemen leesbaar (als je de makers van Ecofont mag geloven). Een mooi alternatief dus in een samenleving waarin duurzaamheid steeds belangrijker wordt.

Het installeren van het lettertype is zo gepiept, dankzij de goede gebruiksaanwijzing op de website van Ecofont. Zelfs ik had de klus binnen twee minuten geklaard.

Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik mijn kersverse lettertype nog niet heb uitgeprint; ik heb immers geen werkende printer meer (zie blog Een beter milieu begint bij…?). Ook vraag ik mij af wat er gebeurt als je je je printer op besparend zet (door middel van de optie Klad bij Eigenschappen); zou je dan niet een heel mager lettertje krijgen? En wat zou er gebeuren als je uitgeprinte documenten kopieert?

Toch hoop ik vurig dat het werkt. Zo ontlast ik namelijk niet alleen mijn portemonnee én mijn printer, maar ook het milieu!

Hoe een rubber eend je leven kan veranderen

Dit jaar heb ik Sinterklaas gevierd met mijn schoonfamilie. We hadden lootjes getrokken. Na mijn ‘grote’ cadeau (het boek van Femke Halsema en een pot ayurvedische bodylotion), kreeg ik een klein pakje met de volgende tekst, getypt op een wit vel:

met dit kadootje

heel publiekelijk

(maak maar open!)

In het pakje zat een kleine rubberen eend, gekleed in een zwart colbert, met op zijn hoofd een hoge hoed. Op zijn borst prijkte een rode anjer.


vraag ik jou…                    ten huwelijk!

Ik had al ‘ja’ gezegd, ongeveer een week ervoor. Aan de ontbijttafel vroeg ik Melle, voor ongeveer de derde keer, ten huwelijk. Maar dat was niet de afspraak: hij zou ook mij vragen.
"Ik moet even weg," was Melles antwoord.

Hij kwam terug. "Even je ogen dicht doen en je hand uitsteken."

Toen ik ze weer opendeed, zat hij op één knie voor me. In mijn hand lag het eendje. Toen kwam het verhaal achter de eend.

Pc123588_2In juni dit jaar, toen Melle met zijn collegamuzikanten in Amerika was, had een van de muzikanten de eend op straat gevonden. Iedereen maakte de eend belachelijk. Maar Melle, die van de rubberen eend zijn mascotte heeft gemaakt (zie www.enter-ntr.com), nam de eend in bescherming.
"Als je hem aan mij geeft, vraag ik er mijn vriendin mee ten huwelijk," zei hij tegen de eendbelagers. Dat vonden ze wel wat. Zo reisde de eend in Melles koffer mee naar Nederland.

"Ik had het zo mooi bedacht: als ik thuis zou komen, zou ik op één knie gaan en je vragen, maar jij moest zo nodig tegenwerken," kreeg ik eind november te horen. Wat bleek? Ik had die bewuste middag in juni mijn hulp laten werken, zodat ik voor Melle kon koken na zijn lange reis. Dat ene etentje heeft me vijf maanden wachten gekost, maar de eend heeft uiteindelijk zijn werk gedaan: wij gaan in 2009 trouwen.

Hoe komt een man aan een rubber eend als mascotte? Toen Melle een jaar of 13 was, Rd_2had hij voor het eerst verkering. Met Cora. Cora gaf hem voor Sinterklaas een rubber eend, de eend die je op de foto’s op NTR ziet. Diezelfde dag nog maakte ze het uit. En zo werd de eend voor Melle het symbool van liefdesverdriet. Hij schreef er zelfs een lied over, dat je kunt horen op www.pickmeupandunfretme.com. Dit lied werd de titelsong van de Italiaanse cd.

Zo stond Melles eend eerst symbool voor verdriet, om vervolgens een symbool voor creativiteit en kracht te worden. Zo zal ons huwelijk zijn: krachtig en creatief. 

Nieuw klassiek: zwart met blankhout

Verhuizen staat op nummer twee van de meest stressvolle gebeurtenissen, zo wist mijn fysiotherapeut mij te vertellen. Ik snap niet waarom: niets is leuker dan vloeren leggen, kastjes opknappen, verhuiskaarten ontwerpen, fantaseren over een nieuwe boekenkast… Nu heb ik makkelijk praten, want ik kan me vooral bij het laatste houden, en bij alle administratieve zaken (zie blog over het CiZ); mijn ouders en Melle verrichten al het fysieke werk.

Vandaag houd ik me bezig met de verhuiskaarten, terwijl Melle en Marus de vloer in de woonkamer leggen. Die wordt prachtig; het allergoedkoopste, afgekeurde grenen geeft de witte muren een rozegele gloed alsof de kamer door kaarsen wordt verlicht. Zie hieronder het verschil tussen de woonkamer (hier nog zonder vloer) en de slaapkamer (met vloer):

Pc053576_5

Intussen praten Renske en ik over de nieuwe kleur van mijn keukenkast. Zwart, wit, antraciet? Een prachtige combinatie met witte muren en een blankhouten vloer is strak zwart. Nieuw klassiek, als ik de interieurtijdschriften mag geloven. 

Het leuke aan zelf klussen is dat je het resultaat direct terug krijgt. Al je inspanningen worden beloond met een yes-gevoel: wat wordt het mooi! Elke keer als we in het huis zijn, worden we overvallen met ongeduld – wanneer kunnen we er eindelijk gaan wonen? Toch grappig dat je je ergens al helemaal thuis kunt voelen terwijl je er nog lang niet woont.   

Jackies-weekend 2008

Het Jackies-weekend 2008 was genieten, hectisch, creatief, intiem, swingend, divers, vriendschappelijk, informatief, herkenbaar, gezellig, uitputtend, kicken. Het was in één woord geweldig!

Pb293436

De foto’s zijn te zien op mijn Flickr-site.

Het Jackies-weekend is een jaarlijks weekend voor en door jongeren en jongvolwassenen (16 t/m 30 jaar) met een spierziekte. Het wordt georganiseerd door vijf jongvolwassenen, met ondersteuning van de VSN. Deze ondersteuning bied ik de crew sinds twee jaar. Daarvoor ging ik zelf vier keer als deelnemer mee; de eerste keer op mijn 16e, later drie keer als twintiger.

Een beter milieu begint bij…?

Zo goed als ik kan, probeer ik mijn steentje bij te dragen aan een prettige samenleving. Dat is mijn plicht als burger, vind ik. Een beter milieu begint bij jezelf en de consument heeft de macht. Als iedereen alleen maar biologisch zou kopen – en duurzaam, en fair trade -, dan zou de wereld er heel anders uitzien. Denk je dan.

Vandaag kreeg ik een melding van mijn printer: Het absorbtiekussen voor het opvangen van uw afvalinkt is verzadigd. Neem contact op met servicecentrum. ‘Absorbtiekussen?’, dacht ik, ‘wat is dat?’ Even informeren bij It’s, die verkopen zoiets vast wel. Maar de medewerker van It’s had nog nooit van absorbtiekussens gehoord.
"Even kijken op gebruiksaanwijzing punt en el," was zijn advies.

Na wat nutteloos surfen (gebruiksaanwijzing.nl bestaat niet) besloot ik het Canon servicecentrum maar te bellen.

"Ik krijg een melding van mijn printer," begin ik het gesprek.
"Uw absorbtiekussen is vol?"
"Eh, inderdaad." Hoe zou ze dat nu weten?
"Daar was ik al bang voor," vervolgt ze, "die kunt u niet vervangen."
"Hoezo niet vervangen?"
"Uw printer is op."

Mijn printer is aan vervanging toe. Hij is nog niet eens zou oud, hooguit een jaar of twee, drie. En ik print er niet eens zo veel mee, hooguit een kantje of twee, drie per week. Alle onderdelen zijn nog prima in orde: de scanner, de papiertoevoerlade, de kopieerfunctie, de houders voor de inktpatronen. Alleen het absorbtiekussen zit vol.

Ik schaam me kapot dat ik in een maatschappij leef waarin apparaten worden verkocht met onvervangbare – maar onmisbare – onderdelen. Erger nog: we leven in een maatschappij waarin producten zo worden gemaakt, dat je elke paar jaar een nieuw exemplaar moet kopen.

Mijn vader is technisch. Die is nu met een pincet het absorbtiekussentje uit de printer aan het trekken. "Kunnen we het misschien wassen?" Wie niet waagt, wie niet wint – hij doet het nu toch ook niet meer.

Kader Abdollah – De boodschapper

De boodschapper is een roman over de profeet Mohammed, die behalve een profeet ook mens blijkt te zijn. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Zeeëd, de Kroniekschrijver. Zeeëd werd door Mohammed en zijn vrouw aangenomen als hun zoon en volgde Mohammed tot aan diens dood. Zeeëd neemt de taak op zich om de Koran op papier te zetten: het boek waarin Mohammed zijn boodschap in soera’s openbaart. Voordat hij de Koran schrijft, wil Zeeëd eerst het verhaal van Mohammed vertellen. Deze twee boeken worden zijn levensvervulling.

Abdollah is er in De boodschapper in geslaagd een van de meest invloedrijke personen uit de geschiedenis neer te zetten, waarbij de lezer zowel diens grootsheid als zijn zwaktes onder ogen krijgt. Mohammed groeit uit van een bekoorlijke, eerlijke en bescheiden jongen tot een sluwe, machtige strateeg. In dit proces blijft hij bovenal mens, die zijn vrouwen, kinderen en kleinkinderen liefheeft, maar die eveneens gevoelig blijkt te zijn voor macht en bezit.

Hierom houd ik van Kader Abdollahs boeken. De manier waarop hij zijn personages neerzet: zó overtuigend, zó echt. De manier waarop hij het vrouwelijk schoon beschrijft, de geur van honing en het stroeve van kamelenhuid, maakt bovendien dat ik zijn boeken verslind. De boodschapper vormt hierin geen uitzondering.

Sterk aan De boodschapper is bovendien de objectiviteit waarmee we een man leren kennen die vecht voor de goede zaak (het geloof in Allah en – daarmee samenhangend, de gelijkwaardigheid tussen meester/slaaf en man/vrouw), terwijl hij naarmate de tijd verstrijkt, steeds gewelddadiger en voor rede onvatbaar wordt. De lezer ziet de gebeurtenissen zonder er een oordeel bij te krijgen; deze ruimte gunt Abdollah zijn lezer. Althans, zo lijkt het, want tegelijkertijd is er wel degelijk sprake van enige sturing in de geloofwaardigheid van de uiterlijke objectiviteit.

Als Mohammed zijn eerste boodschappen en soera’s krijgt – alle zonder enig spoor van geweld – lezen we namelijk hoe hij die boodschappen tot zich krijgt: eerst in de vorm van de engel Gabriël, later ook door de fysieke en mentale impact die de boodschappen op Mohammed hebben: zweetdruppels op het voorhoofd, uitputting en verwarring. Deze blijven echter achterwege als Mohammed ‘van Allah doorkrijgt’ dat hij geweld niet moet schuwen en dat hij ongelovigen de oorlog mag verklaren. Hierdoor blijft de lezer door de profetische daden heen de mens Mohammed zien.

Hoewel deze (subjectieve) sturing enerzijds knap is door zijn onopvallendheid, snijdt Abdollah zich hiermee toch in de vingers. Het is namelijk onvoorstelbaar dat Zeeëd, de man die zijn leven voor Mohammeds boodschap geeft, die al sinds zijn kindertijd als een schaduw aanwezig is in het leven van de boodschapper, die hem beschouwt als zijn vader en als geestelijk leider, dat déze Zeeëd ook Mohammeds wrede, sluwe en machtsbeluste kant laat zien.

Hierdoor verliest De boodschapper zijn geloofwaardigheid. En dat terwijl Abdollah er zo verschrikkelijk goed in is geslaagd Mohammed neer te zetten als een bevlogen mens van vlees en bloed. Eeuwig zonde.

als de bloedrode klanken
van jouw stille gitaar
het gebergte doen trillen

– een vrouw die de draak trotseert, met blote handen
het vuur koesterend in haar schoot –

als 19 honingwitte kaarsen
mijn inkt doen smelten op papier

laat het vuur dan nooit meer doven

© Hann van Schendel, november 2008 

Griepprik

Het is al tien voor vijf als ik mijn laptop dichtklap. Het gezondheidscentrum zal wel om vijf uur sluiten. Goede reden om niet te gaan. Ik zucht en kijk op de uitnodiging. Daarop staat dat je twee keer terecht kunt: op 4 en op 12 november. Van 14.00 tot 18.00 uur. Shit.

De rrrrrr zit weer in de maand – tijd voor uw jaarlijkse griepprik. Het gezondheidscentrum adverteert ermee alsof het om een fancy hebbeding gaat. Ook dit jaar lag de uitnodiging voor de griepprik weer in mijn bus. Als carapatiënt behoor ik namelijk tot de risicogroepen – en dan ontkom je er niet aan.

"Eric, ik wil niet," zeg ik op zeurderige toon tegen mijn hulp, die op mijn aanwijzingen een Indiase wortelsoep in elkaar draait. "Ik ben bang voor prikken. Bovendien is het maar de vraag of ik überhaupt wel griep zou krijgen als ik hem niet neem." Ik kijk hem hoopvol aan. Maar Eric schudt zijn hoofd en zegt: "Tja, dat weet je maar nooit. Griep krijgen is ook geen pretje." Daarin heeft hij dan ook wel weer gelijk. Ik zucht nog eens diep.

Niet gaan omdat ik bang ben is geen goede reden. Als ik er echt diep van overtuigd zou zijn dat een griepprik slecht voor me zou zijn, of geen nut zou hebben, of als ik gewoon te laat klaar zou zijn geweest met werken, was het tot daar aan toe. Maar angst? Nee.

En dus ga ik. Er is niemand voor me, dus ik kan zo doorrijden naar het piepkleine behandelkamertje. Lysanne, de doktersassistente, zit al klaar met haar naald.
"Je weet toch dat ik bang ben hè?" vraag ik haar. Ze knikt.
"Gewoon even niet kijken," is haar mening.

Je moet juist wél kijken. Dat heb ik geleerd tijdens mijn antiprikfobietherapie. Een exposuretherapie was het. Maandenlang heb wekelijks naar filmpjes met naalden gekeken, naar echte naalden gekeken, naalden aangeraakt en me uiteindelijk ook laten prikken met naalden. Zomaar, bij de huisarts, om niets. Omdat ik mijn angst wilde overwinnen voor als het echt nodig was.

En ik kijk. De naald gaat erin en hé, ik voel helemaal niets. Dan spuit Lysanne het griepvaccin naar binnen, een wat dikkige, doorzichtige vloeistof. Allemachtig, wat een akeligheid. Ik slik. En nog een keer. In mijn hoofd tel ik tot vijf. Dan schuift ze het watje erop en trekt ze de naald eruit. Ik wrijf even over mijn arm.
"O, dat viel reuze mee," zeg ik. Gelukt: mijn stem klinkt stabiel.

Laat hem maar komen, die rrrrr in de maand!

De culinaire scheurkalender – Onno Kleyn

Culinaire_scheurkalender_2 Vorig jaar rond deze tijd kreeg ik van mijn hulp Eric de Culinaire Scheurkalender 2008 cadeau. Een prachtig naslagwerk voor iedere keukenprins(es), behalve als je – zoals ik – vegetariër bent. Nog nooit heb ik zoveel recepten bij elkaar gezien met dood dier: van eendenlever tot kippenier, geitenoor, volgens mij heb ik het allemaal al eens voorbij zien komen.

Toch is mijn culinaire scheurkalender netjes afgescheurd bij 8 november. Dat is uniek; meestal gaat een scheurkalender mij ergens in de maand juli al vervelen. Dan scheur ik een hele tijd niet, tot het echt niet meer kan. Als het in de woonkamer 27 juli is in plaats van 8 november bijvoorbeeld. Dan scheur ik de hele boel eraf, om de kalender vervolgens tot 31 december op 8 november te laten staan.

Dit jaar ging het anders. Dat is in de eerste plaats te danken aan de fantastische beschrijvingen van de auteur, Onno Kleyn. Niemand kan zo gepassioneerd over eten schrijven als hij:

Heb ik je al eens verteld hoe ik van kaas hou? O. Nou ja, dan doe ik het nog eens. Goede kaas is divers, altijd anders, tegen je op kruipend van lekkker, kaas nestelt zich met elke hap in je, zendt vanuit je gehemelte en neus bij elke kauw en elke slik louter aangename berichten naar je hersens; kaas galmt van zuivelige herinneringen aan berglandschappen, aan rollende heuvels vol met gras en koeienvlaaien, aan mekkerende geiten in stallen, aan hufterige donkere avonden in gehuurde huisjes en knetterende zonnelunches op terrassen.
Ik hou van kaas. (Bron: de Culinaire Scheurkalender, 6 november 2008)

Dit is toevallig een beschrijving van kaas, maar Onno houdt ook van verse kruiden, dikke karbonades en gepofte kastanjes. En zo kom ik op de tweede reden waarom ik de kalender zo graag lees: hij brengt me dikwijls op ideeën. Lees ik bijvoorbeeld een recept met eendenvet, knoflook, savooiekool, rookspek (in lucifertjes), karbonades, tijm en kastanjes, dan denk ik meteen aan koolrolletjes gevuld met gepofte kastanjes en knoflookboter. Een beetje tijm erbij en het is af.

Gelukkig eet ook Onno ongeveer eens per week vegetarisch – niet uit idealisme natuurlijk, maar omdat hij toevallig een geweldig recept heeft met spruitjes, sambal en kokosmelk. Dat maak ik dan onmiddellijk, mits de inhoud van onze Odin Groentetas dat toelaat. Meestal pakt dat aardig goed uit, want de kalender houdt rekening met de groenten uit de tijd van het jaar.

Zo heb ik al heel wat nieuwe, verrassende recepten uitgeprobeerd. In 2009 hangt hij dus zeker weer aan mijn muur, de Culinaire Scheurkalender, als Onno Kleyn hem tenminste weer schrijft!