Op ‘artist date’ in Tot Zover: Het museum over leven & dood

Vorige maand was ik in Tot zover: Het museum over leven & dood. Ik kende het museum alleen van horen zeggen, maar nu ging ik er voor het eerst naartoe. De aanleiding was mijn ‘artist date’: eens per week ga ik met mezelf op pad om mijn ‘innerlijke kunstenaar’ te voeden en inspiratie op te doen voor mijn schrijfwerk.

Tot zover bevindt zich naast de begraafplaats De Nieuwe Ooster, een mooie, groene omgeving waar je ook prima een wandelingetje kunt maken om je hoofd leeg te maken of tot rust te komen.

Bij binnenkomst in het museum trof ik een klein en gezellig café met vriendelijke vrijwilligers, die de tijd namen om mij iets te vertellen over de huidige expositie: die over Aat Veldhoen. Ik kende deze kunstenaar nog niet, maar de titel van de expositie, ‘Realist tot in de kist’, klonk veelbelovend. Ik werd niet teleurgesteld.

De kunst van Aat Veldhoen spreekt niet alleen tot de verbeelding door zijn kleurrijke, originele en pakkende werk, ook was de bijgevoegde audiotour van grote meerwaarde. Bij verschillende kunstwerken waren teksten ingesproken door Veldhoeds naasten: zijn weduwe Hedy d’Ancona, zijn dochter en fotograaf Venus Veldhoen en model Natasja Rietdijk. Ook de feministische cultuurwetenschapper Cathelijne Blok geeft bij een aantal werken haar kijk op de zaak. Door deze verschillende perspectieven wordt de bezoeker uitgenodigd na te denken over de scheidslijn tussen erotiek en pornografie en die tussen leven en de dood.

Na het bezoek van de expositie nam ik nog een kopje warme chocomel in het museumcafé. Ik raakte er aan de praat met een vrouw die tegelijk met mij door de ruimtes had gelopen. De expositie nodigde uit tot gesprek, en zo zat ik drie kwartier lang te praten met iemand die ik niet kende, over het meest onontkoombare van het leven: de dood.

De expositie zal in Tot zover te zien zijn tot 28 juni 2026.

Huilen bij de Hema

Nu het langer licht blijft, wordt het steeds lastiger om Jonne vroeg in bed te krijgen. Kwart over zeven is al lang geen realistisch streven meer. En als ze er eenmaal in ligt, komt ze er met steeds betere smoezen weer uit.

Zojuist nog. Het was de derde keer dat ik voetjes op de gang hoorde en het was mijn beurt om Jonne terug te geleiden naar haar kamer. In de gang ontpopte zich er het volgende gesprek:

– Heeft oma Mieke ook een papa en mama?
* Nee, die zijn dood.
– Waaróhom?
* Omdat ze héél oud waren. Als mensen heel oud worden, gaan ze soms dood.
– Was hondje Anna ook heel oud?
* Ja, die was ook heel oud.
– Waar gaan mensen naartoe als ze doodgaan?
* Dat weet ik eigenlijk niet. Sommige mensen denken dat ze naar de hemel gaan. Heb je daar wel eens van gehoord?

<Jonne knikt>

– Gaan ze daar dan huilen? Als ze dood zijn?
* Dat weet ik niet, misschien wel.

<Korte stilte>

– Als ik doodga, dan kom ik terug.
* Maar Jonne, jij gaat nog lang niet dood.
– Waarom niet?
* Omdat je nog niet heel erg oud bent. Ken je nog oma Pekela, mijn oma? Die is heel oud. Zo oud zijn wij nog láng niet.  Maar mensen komen denk ik niet terug als ze dood zijn.

<Korte stilte, gevolgd door een zucht>

– Nee hè? Dan gaan ze huilen. Bij de Hema.