Babykoorts

De babykoorts is aangebroken. Niet alleen bij mijn schoonmoeder, die midden in de nacht achter de computer kruipt om ons de meest prachtige namen te e-mailen, niet alleen bij mijn eigen moeder, die me minstens een keer per dag belt om te vertellen wat voor schattig babypakje ze heeft nu weer heeft gekocht, maar vooral bij onszelf.

Ik ben nu 22 weken zwanger en mijn buik begint al aardig bol te staan. Broeken en rokken passen niet meer, zelfs niet die uit de tijd dat ik 11 kilo zwaarder woog; knoopjes van blouses staan op knappen. Ik ga dus al weken naar mijn werk in jurkjes, die inmiddels ook aardig strak beginnen te staan. Het kan eigenlijk niet meer. Daarom moest er zwangerschapskleding komen. Dringend.

Uitverkoop in Amsterdams leukste zwangerschapswinkel, dat vroeg om een middag shoppen. En hoewel ik slechts één jurkje met vijftig procent korting heb kunnen scoren omdat de rest niet leuk was of er niet meer in mijn maat hing, ben ik wel geslaagd: twee rokken, een truitje, twee t-shirts en twee jurken heb ik gekocht. Ik kan weer representatief naar mijn werk.

Uiteraard komt er meer kijken bij een zwangerschap dan een paar kledingstukken met buikruimte. Zo langzamerhand moeten we bijvoorbeeld eens gaan nadenken over de kinderkamer. Willen we mooie, nieuwe spullen, precies naar onze smaak en helemaal aangepast op til-/rolstoelhoogte, of gaan we voor opgeknapt maar ook heel mooi tweedehands? Of lenen we de spullen die je maar een paar maanden nodig hebt van vrienden wiens kroost eruit is gegroeid?
"Wij hebben een combinatie gedaan," zei vriendin Clau, die vorig jaar in december van haar eerste is bevallen, "dan krijg je toch al een beetje een eigen gevoel in zo’n kamertje." 

En dan de wandelwagen. Er zijn prachtige wandel-/kinderwagens op de markt, waarin je het kind lekker hoog kunt leggen. Dat scheelt een hoop bukken en laag tillen en je kunt je kind tenminste aankijken, ideaal. Een bijkomend voordeel volgens de boekjes: je kindje zit boven uitlaatgashoogte. Slechts een kleine maar: er zit wel een kostenplaatje aan. Tweedehands beginnen ze bij zo’n € 600,-. Voor de helft van dat bedrag koop je (met rentepunten) een nieuwe Easy Walker Sky, waarbij je dus wél moet bukken en laag moet tillen. Wat heeft dan prioriteit?

Vooralsnog doen we vooral vergelijkend warenonderzoek achter onze computers, maar eigenlijk moet je die tweedehands bedjes en die prachtige meegroeibedden gewoon met je eigen ogen zien. Je moet met minstens drie verschillende kinderwagens een rondje wandelen en er desnoods een paar pakken suiker in en uit tillen.

Intussen breit mijn moeder haar eerste babytruitjes (sinds een jaar of dertig) en isde naa imachine maar weer eens van zolder gehaald. Mijn vader bedenkt constructies om onderrijdbare stoeltjes te bouwen en mijn schoonmoeder blijft advertenties in de krant checken op leuke voornamen. De vrouw van mijn schoonvader, zelf oma van zo’n 18 kleinkinderen, zit vast en zeker al achter haar breimachine en mijn vriendinnen bellen me op om me adviezen aan de hand te doen over kolfapparaten. 

Babykoorts. Pas maar op, het is besmettelijk.

Huwelijk, wat een feest!

Wij gaan trouwen. Heel snel al. Voor onze vakantie hadden we eigenlijk nog niets voorbereid, want ik wilde even afwachten hoe het met de zwangerschap zou verlopen. Maar in Portugal overviel ons het gevoel: nu of nooit. Je gaat toch niet een jaar na je trouwdatum het feest van je leven geven?

We hadden nog maar een week of acht; zou het nog lukken om een geschikte feestlocatie te vinden? Vanuit Portugal typten we volop e-mails naar leuke tenten. Keer op keer kregen we hetzelfde antwoord: bezet. Toen begon het te kriebelen – we wilden een feest! En zo kwam het dat we een week eerder thuis waren dan gepland.

Er komt heel wat kijken bij een goed huwelijksfeest; we zijn er de afgelopen twee weken ongeveer vier uur per dag mee bezig geweest. Maar wat is het LEUK om te doen! Een kleine greep uit de taken:

  • Feestlocaties bezoeken en kiezen;
  • Afspraken maken met de locatie;
  • Catering regelen;
  • Koffie, thee en taart regelen;
  • Muziek en aankleding organiseren;
  • Ringen uitzoeken;
  • Een gastenlijst samenstellen;
  • Ceremoniemeesters en getuigen vragen;
  • Afspraken maken met het ‘bruidspersoneel’;
  • Kleding en accessoires uitzoeken en kopen;
  • Een huwelijkskaart (laten) ontwerpen;
  • Een tekst schrijven voor de kaart;
  • De kaart drukklaar maken;
  • Afspraken maken met de drukker;
  • Een trouwboeket laten samenstellen;
  • Bedenken hoe je je haar en make-up wilt hebben;
  • Afspraken maken met de kapper;
  • etc. etc.

We zijn een aardig eind op weg. Er is een locatie, een jurk (zwangerschapsproof) en een pak; de kaart is bijna drukklaar en ook de ringen zijn in de maak. Wat een voorpret!

Zweefvliegen of een baby?

We gaan zweefvliegen met de afdeling, een jaarlijks terugkerend uitje dat door een enthousiaste collega wordt georganiseerd.

Als ik bij Aeroclub aankom, zie ik iemand uitbundig naar me zwaaien. Hij draagt een oversized trui, broek met legerprint en een petje. Wat een popie jopie, denk ik nog (ik houd er niet van als vreemde mannen naar me zwaaien). Als ik het terras oprijd, herken ik het petje ineens; het is mijn collega J., die normaal strak in het pak tegenover me aan zijn bureau zit. Ook de anderen dragen onbekende kledingstukken: kaplaarzen, windjacks en enorme zonnebrillen. Zelf draag ik mijn werkkleding: een pantalon met donkerblauwe top.

Voor we naar het vliegveld lopen, grijp ik mijn kans. Ik vraag de aandacht van mijn collega’s. “Ik wil jullie graag vertellen dat ik vandaag niet ga zweefvliegen.”
“Aaaaah,” reageert een collega.
“Dit is niet omdat ik in een rolstoel zit, en ook niet omdat ik een angsthaas ben,” vervolg ik vrolijk, “maar omdat ik zwanger ben.”

Verbijsterde gezichten. Felicitaties. En dan voorzichtig de eerste vraag: “Is het natuurlijk verwekt?”
Ik ben een beetje verbaasd door deze vraag, maar antwoord alsof het de normaalste zaak van de wereld is: “Ja hoor, het was in één keer raak.”
“Dus jij wordt ook gewoon ongesteld? Goh, daar had ik nou nooit bij stilgestaan.”

Mijn collega’s hebben nog veel meer vragen. Zal het allemaal goed verlopen tijdens de zwangerschap? Wordt ons kindje ook gehandicapt? Moet het met een keizersnee geboren worden? En daarna dan? Blijf ik gewoon werken? Is mijn partner eigenlijk ook gehandicapt?

Vragen die iedereen stelt en die voor mij bijna even absurd zijn als ze voor elke andere vrouw zouden zijn. Natuurlijk snap ik het wel; handicap en moederschap, dat gaat voor veel mensen niet samen. Daarom was het personeelsuitje hét moment om het te vertellen; tussen het vliegen door had ik tijd genoeg om op alle vragen in te gaan.

De laatste vraag was een leuke, eentje die mij en mijn vrouwelijke collega’s in één klap weer tot hetzelfde soort maakte: “Wat vond R. er eigenlijk van?” R. is onze leidinggevende. Hij stuurt een heel team met vrouwen aan; om de paar maanden moet er weer eentje ‘iets vertellen’. Deze keer dacht hij vást en zeker veilig te zitten, maar het is écht waar: ook vrouwen in een rolstoel hebben een biologische klok!

Deze column is eerder verschenen in de HR Nieuwsbrief van Achmea, op 16 juli 2009.