Vreemdeling

ik omarm je

met mijn zeemeerminnenstaart

fonkelend als een amethist

in de nacht

~

je bent buiten westen

te pletter geslagen

tegen het rotsblok waarop

ik huil

~

happende vissenkoppen

de rest bezinkt

ik heb je uitgeleverd

in ruil voor

~

lopende benen, die snijden als messen

Walt Disney gelooft in sprookjes

maar jij, vreemdeling, jij

had beter moeten weten

~

ik ben zo echt

als

kauwgom onder een geboenwaste tafel

in een havenrestaurant

~

pas maar op:

de vis wordt oud

Hann van Schendel, 1 september 2019

Nachtvlinderbestaan

weer opgesloten

in een huis

met heel normale meubels

geen maanlicht op mijn borst

dit is het einde van mijn nachtvlinderbestaan

*

muren om mij heen, daar

ben ik toch niet

voor geboren

*

in de schaduw van de maan

warm gehouden door bruinfluwelen lappen

die mij gadeslaan

en weten

hier heb jij geen machine nodig

Hann van Schendel, 17 augustus 2019

Belofte

als jij op je grote schip
verdwijnt
in de diepe zee van dit bestaan

en ik <dampend>
in koele stille gronden
achterblijf

met trillende vingers
biddend tot mijn zilte zeemeermin
haar roze, wimperloze gezicht
haar armen wijd open, uitnodigend
in het luchtledige
haar kleurloze, vervilte staart

geamputeerde vrouwelijkheid

als ik hier op je wacht
kom jij dan bij me terug?

© Hann van Schendel
mei 2013

Dit gedicht is geïnspireerd op onderstaande foto, uit de tentoonstelling van Henk Wilschut in het museum Jan Cunen.

Henk Wildschut
Henk Wildschut