Krabben en de vierde feministische golf

Deze zomer las ik ‘Waarom ik van Simone de Beauvoir houd’, waarover ik eerder schreef in Meisjesheid. Het boekje bevat brieven aan Simone de Beauvoir van zestien vrouwelijke schrijvers, essayisten, columnisten en filosofen, gerangschikt naar leeftijd. De tweede brief was van Daan Borrel (1990). Ik kende deze schrijver/journalist nog niet, maar de brief sloeg in als een bom. Ze schreef over verlangen naar meerdere geliefden in je leven en over hoe je als vrouw zowel de rol van object als subject kunt (leren) innemen. Wie was die vrouw? Ik wilde meer van haar lezen!

In de boekwinkel viel mijn oog op ‘Krabben: van vrouw tegen tot vrouw‘ (2020), een boek van Daan Borrel en Milou Deelen, waarin het verschijnsel van de krabbenmand* wordt onderzocht door middel van enquêtes en interviews met (heel diverse) vrouwen, afgewisseld met een briefwisseling tussen Borrel en Deelen. Ik kocht het, las… en werd geïnspireerd.

Het boek laat vanuit het perspectief van vrouwen zien hoe zij zich verhouden tot zichzelf (lichamelijk, seksueel en mentaal) en andere vrouwen. De titel ‘Krabben’ doet wellicht vermoeden dat het boek een pessimistisch beeld voorschotelt van de interactie tussen vrouwen, maar het woord ‘tegen’ in de ondertitel van het boek is terecht vervangen door ‘tot’: het boek is bovenal een pleidooi voor een wereld waarin vrouwen elkaar steunen om niet langer het onderspit te delven in het patriarchale systeem.

Na het lezen van het boek verdiepte ik me in het feminisme van nu: ik maakte een Instagram-account aan en volg alle vrouwen die in ‘Krabben’ aan het woord komen. Ook luisterde ik naar podcasts van hedendaagse feministen. Van vele had ik nog nooit gehoord en het is een openbaring om naar hen te luisteren; ze hebben een eigen geluid, gericht op vrijheid en ontplooiing van het individu. De vierde feministische golf is inclusief en solidair; er is meer aandacht voor onderlinge verschillen en er is een hoge tolerantiegraad voor andersdenkenden.

Al lezende en luisterende rees wel de vraag bij me op: als dit de vierde feministische golf is, wanneer heeft de derde golf dan plaatsgevonden – en was ik erbij? Een klein onderzoek leerde me dat ik er middenin had gezeten, in Maastricht halverwege de jaren ’90: ik ging naar (toen nog) LHTB-feestjes en kleedde me authentiek en sexy, wat me een vrij gevoel gaf. Ik schreef een scriptie over de beeldvorming van vrouwelijke seksualiteit in de op vrouwen gerichte seksindustrie, die werd genomineerd voor de Nationale Scriptieprijs (2003) en werd redactielid bij het feministische tijdschrift Lover.  Ik zette me in voor beeldvorming, maar had geen besef van een feministische golf.

De feministen van nu zijn zich hier denk ik meer bewust van. Dat zelfbewustzijn werkt aanstekelijk; ik wil óók weer de barricades op! Toen ik dit vertelde aan mijn vriendin T., stelde zij spontaan voor een linkse feministenclub te beginnen, samen met een andere vriendin – een club om te onderzoeken en uit te wisselen: hoe is het gesteld met onze eigen genderrollen en seksualiteit?

Vorige week zaten we gedrieën aan de keukentafel. Het voelde vertrouwd en bevrijdend. Hoewel we iets ouder zijn dan de vierde generatie feministen, en de keuzes die we hebben gemaakt voor werk en gezin weinig ruimte bieden voor het echte barricadewerk, is er wel iets wakker geschud. ‘Joehoe! Jij kunt het verschil maken!’ Dat deden we natuurlijk al – maar nu zijn we ons daarvan nog nét iets bewuster.

* ‘krabbenmand’ is een term uit de tweede feministische golf waarmee het neerhalen van andere vrouwen wordt bedoeld.

Racines requiem

Hier wordt gezongen, gelachen en gedanst.
Iemand hoest in zijn hand
en zegt: ‘Gaan we dat nou echt doen,
die anderhalve meter?’

Er wordt hier gezongen, gelachen en gedanst
terwijl op het terrein
Racines requiem galmt.

Hann van Schendel, 6 augustus 2020

Til me op en draai me rond

Ook dit jaar zijn we weer op vakantie geweest naar Charme. Een week lang schrijven, theater maken, beeldhouwen en dansen… Een ongelooflijk fijne invulling van de vakantie. Dit jaar heb ik veel geschreven, onder andere het gedicht Huidhonger (dat ik heb geperformd in een kas!) en de spoken-word-tekst Racines requiem, over samenzijn op Charme in deze gekke coronatijd.

Dag 3 begon raadselachtig. We zaten rond de kampvuurplaats, waar de workhopleiders ons meenamen in het dagprogramma. ‘We gaan kijken naar een dansanimatie,’ vertelde Ruud, de schrijfdocent, ‘en schrijven daar een eigen tekst bij.’ Ik had geen idee wat ik me daarbij moest voorstellen, maar besloot ervoor te gaan.

Eenmaal in de workshop werd de opdracht concreter. Ruud liet ons de korte film Thought of You van animator Ryan Woodward zien, maar dan zónder het geluid dat er oorspronkelijk bij hoort. Tijdens het kijken schreven we op wat er in ons opkwam. Bij mij waren dit woorden als ‘Woeah’, ‘Pff’, ‘Haaah’ en ‘Tinkelbel verdwijnt als een spook’.

Vervolgens luisterden we naar elkaars associaties en bedachten we: hoe gaan we van al die verschillende geluiden nu één filmpje maken? Dat leek een onmogelijke opgave. We besloten elk een eigen tekst te schrijven en gingen aan het werk.

Bij mij ontstond de volgende tekst:

De dag begint en hij wordt wakker met een nieuw gevoel: hij zoekt naar zijn naam.
Plotseling duikt daar iets op. Een letter, een klank misschien.
Hij wil het pakken, vastgrijpen,
maar het stroomt als water door zijn vingers.
Alladin is uit de lamp. Hoeveel wensen mag hij doen?
Til me op en draai me rond. Geef me kleur
en ik zal weten wie ik ben.

Hann van Schendel,  4 augustus 2020

Terwijl ik schreef, moest ik steeds denken aan Gavotte – Arr. for Cello and Piano van Jean-Baptiste de Lully (uitgevoerd door Mischa Maisky), een prachtig muziekstukje dat ik al mijn hele leven met mij meedraag. De lengte van dit arrangement bleek precies even lang te zijn als Thought of You. Het arrangement was perféct bij deze dans; het leek er wel voor gemaakt!

Ik zette mijn tekst onder het beeld en zette daar vervolgens de Gavotte onder. Zie hier het resultaat (of klik op de afbeelding):